vrijdag 15 september 2017

Het lied van de eeuwige a

Waar laat je nou een mooie a
Wanneer die weggestorven is
Aan elke klank komt immers eens een eind
Een fijn gevoerde houten kist
Zou dat een nette bergplaats zijn?

Nee - een voering maakt de noten zacht
En hout is niet geluidendicht
Daarom had ik aan blik gedacht
't Is licht, het sluit goed af,
Terwijl de klank niet smoort

Hoewel, ik heb gehoord
Dat blik geluid nogal verwringt
De boventonen raken uit het lood
Je krijgt een woekering
Een opgezwollen, uitvergrote noot in nood
Die schreeuwt in plaats van dat-ie zingt

In glas dan maar? Geweckt geluid?
Glas is helder, klaar en schoon
Anderzijds, het heeft zijn eigen toon
Andersklinkenden sluit dat uit

Ik geef het op, dat is het dan
Een noot die af is, die verdwijnt

Behalve in de weke prut
tussen de oren van mijn hersenpan
Daar komt geen mooi akkoord ooit aan zijn eind
Dat is de perfecte echoput
Dat is wat rest
Waar vlies of bot de galm weerkaatst
Krijgt elke Hertz een eigen vaste plaats
In het vierhonderdveertigkoppig symfonieorkest

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen